printversie

Toggle Dutch/English

Nikos Kazantzakis (1883 – 1957)

(bijgewerkt tot 2 mei 2012)

Nikos Kazantzakis (Kreta's verloren zoon) was één van de belangrijkste Griekse schrijvers, filosofen en dichters. Hij werd geboren op 18 februari 1883 in Heraklion. Hij is vooral bekend van het werk 'Zorba de Griek', dat hij schreef aan het eind van zijn leven. Kazantzakis liet zich in zijn werk beïnvloeden door grote filosofen, zoals Friedrich Nietzsche.

Zorba de Griek

De jeugd van Kazantzakis werd voornamelijk beïnvloed door de aanloop naar de revolutie in zijn thuisland. Bij zijn geboorte maakte Griekenland nog deel uit van het Ottomaanse (Turkse) rijk. Tijdens de revolutie, die in 1897 uitbrak, weken de Grieken zich los van de Turken. Voor zijn eigen veiligheid vertrekt Kazantzakis tijdens de revolutie, rond 1897, naar het Griekse Naxos; de hoofdstad van het gelijknamige eiland. Een plaats die door Kazantzakis 'de grote zoetheid' genoemd wordt. Op Naxos gaat Kazantzakis naar een school die wordt geleid door Franse monniken.

In Heraklion maakt Kazantzakis zijn middelbare school af, om vervolgens te vertrekken naar Athene om rechten te studeren aan de universiteit aldaar. In 1907 vertrekt hij naar Parijs om te promoveren in de filosofie. Op dat moment is de, toen 24-jarige, Kazantzakis al beroemd in eigen land, door het toneelstuk 'Day is breaking' dat hij schreef in 1906. In Parijs schrijft Kazantzakis zowel journalistieke stukken als serieuze literatuur. Bij zijn serieuzere werken wordt hij in eerste instantie vooral beïnvloed door zijn docent en belangrijke Franse filosoof Henri-Louis Bergson. Tevens komt hij in Parijs in aanraking met de werken van Nietzsche. Over hem schrijft Kazantzakis in 1909 zijn proefschrift.

Na zijn periode in Parijs keert Kazantzakis terug naar Kreta. In 1910 gaat hij daar samenwonen met Galatea Alexiou, met wie hij in 1911 zal trouwen. Alexiou is een zeer geleerde vrouw en schrijfster. In die periode verdient Kazatzakis zijn brood met het vertalen van boeken vanuit belangrijke Europese talen naar het moderne Grieks. Ook gaat hij zich samen met zijn vrouw bezig houden met het schrijven van kinderboeken.

In 1914 reist Kazantzakis samen met dichter Angelos Sikelianos naar het schiereiland Athos. Ze verblijven in totaal 40 dagen in een aantal van de 20 mannenkloosters die het schiereiland telt. Hier komen ze voor het eerste in aanraking met de werken van de Italiaanse dichter Dante Alighieri. Kazantzakis beschouwt hem als één van zijn grootste voorbeelden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaat Kazantzakis samen met mijnwerker George Zorbas de mijnen van Peloponnesus in om bruinkool te winnen. Hieraan is op dat moment een groot tekort. De ervaringen die hij hier opdoet zal hij later gebruiken in de bekende roman 'Zorba de Griek'.

Minister-president Venizelos benoemt Kazantzakis in 1919 tot Directeur Generaal van het ministerie van welzijn van Griekenland. Hij krijgt de speciale taak te zorgen voor de repatriëring van de 150.000 Grieken die gevangen worden gehouden door de Bolsjewieken in de Kaukasus. In het Franse Versaille doet hij mee aan de vredesbesprekingen om een einde te maken aan de Eerste Wereldoorlog. Op 31 juli 1920 vond de moord op de parlementariër Ion Dragoumis plaats. Deze moord werd gepleegd als vergelding voor een aanslag op minister-president Venizelos op het Gare de Lyon in de Franse hoofdstad Parijs. De moord is voor Kazantzakis moeilijk te verkroppen. Wanneer de partij van Venizelos de verkiezingen verliest, besluit Kazantzakis zijn functie bij het ministerie van welzijn op te geven.

In de hierop volgende jaren zal Kazantzakis verschrikkelijk veel reizen. Hij doet verschillende steden en landen aan, waaronder Wenen, Berlijn, het Duitse Naumburg (De geboorteplaats van Nietzsche), Italië, de Sovjet-Unie, Palestina, Cyprus, Spanje, Egypte, Tsjecho-Slowakije en Frankrijk. Tijdens deze jaren publiceert hij ontzettend veel werken. Zelf komt hij in aanraking met de werken van Sigmund Freud en ontwikkelt hij een grote interesse in het Boeddhisme.

Kazantzakis besluit de Griekse nationalistische gevoelens achter zich te laten en ontwikkelt grote sympathie voor het communisme. In 1925 vertrekt hij naar de Sovjet-Unie om daar te werken als correspondent van een Atheense krant. Later bezoekt hij nogmaals de Sovjet-Unie. Ditmaal op uitnodiging van het parlement. Samen met de Roemeen Panait Istrati trekt hij over de Kaukasus. Samen streven ze het communistische ideaal na. Ook bezoeken ze steden als Moermansk en Leningrad (Sint-Petersburg). Kazantzakis en Istrati groeien echter steeds verder uit elkaar. Vanaf 1929 reist Kazantzakis dan ook alleen verder door de Sovjet-Unie. Op dat moment is hij al enige tijd gescheiden van Alexiou.

In 1930 vertrekt Kazantzakis weer naar Frankrijk. Op dat moment kan hij niet terug naar Griekenland, omdat Griekenland hem wil laten berechten wegens Atheïsme. Later keert hij toch terug. Hij settelt zich voor enige tijd op het eiland Egina in de Sardonische golf. Hij probeert een carrière op te bouwen in Spanje, maar het lukt hem niet zijn hoofd daar boven water houden. In Griekenland lukt dat wel door vertalingen te schrijven. In 1935 gaat Kazantzakis naar China en Japan om meer reisverhalen te kunnen publiceren. Hij hoopt nog steeds op een carrière buiten Griekenland. Daarom schrijft hij steeds meer romans in de Franse taal. In Spanje gaat hij aan de slag als correspondent, waar hij onder andere Francisco Franco interviewt.

In 1940 wordt Griekenland bezet door de troepen van Mussolini. Kazantzakis kan niet weg van Egina. Ondanks de beperkingen die de bezetters hem opleggen, begint hij als een bezetene te schrijven. In die periode begint hij onder andere aan de romans 'Zorba de Griek' en 'Last temptation of Christ'. Als de Duitse bezetters uiteindelijk zijn verslagen, vertrekt Kazantzakis naar Athene. Hij wordt leider van een kleine socialistische partij en wordt minister zonder portefeuille. Ook trouwt hij met Eleni Samiou. Een jaar later slaat hij de functie van minister weer af. Bij de viering van de onafhankelijkheid van het land gaat het toneelstuk 'Capodistria' van zijn hand in première. Dit zorgt voor grote onrusten in het land. Rechtse nationalisten dreigen het theater in brand te steken. Kazantzakis wil het land voor korte duur verlaten, maar zal nooit meer terugkeren naar Griekenland. De ministerraad van Groot-Brittannië biedt hem een kamer in Cambridge aan. Later vertrekt hij op uitnodiging van de Franse regering naar Parijs. De politieke situatie in Griekenland maakt het voor hem onmogelijk terug te keren naar zijn vaderland.

In 1947 neemt Kazantzakis een baan aan bij UNESCO. Hij moet de vertaling van klassieke werken bevorderen om zodoende bruggen te slaan tussen verschillende culturen. In 1948 stopt hij echter alweer met dit werk. Hij gaat zich bezig houden met het vertalen van de door hem geschreven toneelstukken naar het Frans. Zijn werken worden in verschillende landen steeds populairder. Ze worden verkocht in Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken, Finland, Zweden, Noorwegen, New-York en ook in Nederland.

De gezondheid van Kazatzakis wordt steeds slechter. Hij lijdt al lange tijd aan een schimmel aan zijn gezicht. Voor een infectie aan zijn rechter oog wordt hij behandeld in een Nederlands ziekenhuis. In Frankrijk wordt hij wederom opgenomen om zich aan zijn oog te laten behandelen. Uiteindelijk is dit oog niet meer te behandelen en wordt het verwijderd. In Mannheim wordt later vastgesteld dat hij acute lymfatische leukemie heeft.

In 1954 plaatst de paus Pius de zevende het werk 'Last temptation of Christ' van Kazantzakis op de lijst van de door de katholieke kerk verboden boeken. Kazantzakis is nu in de herfst van zijn leven. In 1955 ontmoet hij de Duitse filosoof en psycholoog Dr. Albert Schweitzer en op 28 juni 1956 ontvangt hij de internationale vredesprijs in Wenen.

Tekst boven de graftombe van Kazantzakis I hope for nothing. I fear nothing. I am free.

In 1957 reizen Kazantzakis en zijn vrouw Eleni naar China, op uitnodiging van de regering van dit land. Op de terugweg wordt de arm van Kazantzakis, op de plaats waar hij is gevaccineerd, aangetast door gangreen. Hij wordt ter behandeling naar Freiburg gebracht. Daar wordt hij echter getroffen door de Aziatische koorts, waardoor zijn toestand snel verslechtert. Kazantzakis sterft op 26 oktober 1957 in Freiburg. Omdat men zijn lichaam in Athene niet wil hebben, wordt het naar Kreta gebracht. Daar lag hij opgebaard in de kathedraal in Heraklion. Hij werd later begraven op de Venetiaanse stadsmuur (Martinego) van de stad. Op de tombe van zijn graf staat de volgende tekst geschreven: "I hope for nothing. I fear nothing. I am free." Kazantzakis is 74 jaar oud geworden.

Op Kreta is een Kazantzakis-museum gevestigd. Meer informatie daarover is hier te vinden.



Google